
Amsterdam verwelkomt vandaag de Goedheiligman, wat betekent dat het wel weer een uitdaging is om het Sarphatihuis aan de Roetersstraat te bereiken.
Het is altijd weer indrukwekkend om dit monumentale pand met zijn rijke historie te betreden. Vroeger diende het als opvang voor de arme, zorgvragende Amsterdammers, die moesten werken voor hun onderdak. Nu is het een liefdevolle plek geworden voor iedereen die zorg nodig heeft. De vroegere binnenplaats is met veel glas overdekt. Bij vorige optredens moesten bewoners, als de zon scheen, zelfs petjes dragen als bescherming. Vandaag is het koud en bewolkt, en geeft het vele glas de binnenplaats veel daglicht.
We beginnen vroeger dan normaal, maar de zaal zit al lekker vol. Het verheugt ons, dat we bekende gezichten zien in het publiek. Maar het is duidelijk, dat rond deze tijd er ook wel middagdutjes worden gedaan. Ontroerd zien we dat een dame, vergezeld door twee heren, in slaap is gesukkeld tegen de borst van één van de heren. Hij streelt liefdevol over haar rug. Zelf zingt hij veel nummers mee. Ook dat geeft voldoening: een gezellige middag geven aan al die mensen, die hun partner of ouders bezoeken.
Een heer in een rolstoel wordt bij zijn armen gepakt door de dame achter hem. Het doet denken aan een Titanic-houding, als ze zo samen mee wiegen op de nummers die we zingen.
We hebben maar kort pauze. Hans maant ons alweer om ons op te stellen. Maar dan is er even een koorlid in paniek. Haar kledinghangertje is weer zoek. Ze zoekt en zoekt, zelfs nog als we ons al opstellen. Behulpzaam zoeken sommigen tevergeefs mee, maar we hebben geen tijd meer en moeten op. Bij het opstellen komen de dames om haar heen niet meer bij, want daar is de kledinghanger! Hij bleek te hangen aan haar stola. Stikkend van het lachen is het lastig zingen, maar ze doen hun best en hopelijk viel het niet te veel op. De slapende dame is blijkbaar liefdevol naar bed gebracht, want we zien haar niet meer in de zaal.
Voor de tweede keer zingen we het vernieuwde arrangement van André: “De glimlach van een kind”. Gespannen kijken we naar zijn gezicht; vaak spreekt het boekdelen. Maar dit keer zingt André zelf een beetje mee. We horen dinsdagavond met de repetitie wel hoe we het er vanaf hebben gebracht.
En dan zit het er alweer op. De waterkoude buitenlucht doet ons naar huis verlangen, naar een lekker kopje thee of koffie met een speculaasje.