
De lentezon trekt de toeristen alweer naar de terrasjes, terwijl wij ons een tikje weemoedig naar de Rode Hoed begeven. De laatste alweer… Het vliegt altijd zo voorbij. Maanden van voorbereiding en dan is daar ineens de slotvoorstelling. Nu moeten we opnieuw een jaar wachten tot onze banner weer op de gevel van de Rode Hoed prijkt. Weet u waarom dit voor ons zo bijzonder is? Het hele seizoen trekken wij langs de verzorgingstehuizen en treden we op voor bedrijven, maar in de Rode Hoed komt ú naar óns. Vijf voorstellingen volledig uitverkocht. Mensen die speciaal voor ons een kaartje kopen. Dit zijn onze fans en dat vervult ons met enorme trots. Dat zorgt voor een publiek, dat vol passie meeleeft met ons en de Amsterdamse liedjes die we zingen.
Vandaag is Huub Stapel onze presentator en we merken direct, dat we een echte vakman in huis hebben. Geen spiekbriefjes van Ineke. Huub kent zijn teksten uit het hoofd en werpt hooguit een vluchtige blik op zijn aantekeningen.
Vol vertrouwen gaan we door ons repertoire heen. Elke voorstelling werden we zekerder. André is tevreden, de choreografie staat als een huis en de soundcheck verliep zonder noemenswaardige opmerkingen. Ging het ooit eerder zó goed? De feedback die we na afloop kregen, lijkt dat alleen maar te bevestigen.
Na de pauze kleden we ons om en dragen de dames de nieuwe schorten, die door Gerdi Verbeet, aanwezig bij onze voorstelling, enthousiast worden bewonderd. Oh die stof! 52 jaar geleden maakte ze daarvan nog een babypakje voor haar zoon. Het blijkt wel weer hoe goed het gekozen is door de kledingcommissie. Ook onze naaister, Bea Buffing, zit in de zaal en wordt terecht even in het zonnetje gezet. Tot diep in de avond heeft ze gewerkt om de schorten en vestjes voor de tenoren af te krijgen voor de voorstelling.
Werden we een beetje verwend? Na “Liefde” met Piet bleef de zaal nog heel even zitten. Maar nee: ons publiek wachtte simpelweg tot ook “O Sole Mio” had geklonken voor de staande ovatie. En terecht, want je zou bijna vergeten hoeveel indruk onze drie tenoren maken!
Huub wist bovendien een prachtig verhaal te vertellen over het lied “Ach, was ik maar bij moeder thuisgebleven”. Wist u dat dit van oorsprong een Limburgs carnavalslied was? Het werd destijds gekocht door Johnny Hoes, die er zijn grote succes aan te danken heeft. Dat wilden we natuurlijk wel eens in het Limburgs horen, dus vroegen we Huub om het voor ons te zingen. Maar wisten André en Maarten wel dat het origineel in mineur staat en heel anders gespeeld wordt? Natuurlijk! Laat dat maar aan onze André en Maarten over. Wat was dat mooi. Die zwoele rumbamelodie, zo passievol gezongen… Prachtig om het eens op z’n Limburgs te horen!
Na de laatste noten haasten we ons naar de foyer om u te bedanken voor uw komst en om al die mooie reacties te horen.
Rode Hoed 2026: Een ode aan Willie Alberti. Wat was het weer geweldig en wat is het omgevlogen!
Klik op de foto om hem te vergroten.