Freshfields

In dit deel van Amsterdam traden we nog niet eerder op. De Zuidas van Amsterdam kenmerkt zich door hoge kantoorgebouwen en vanavond mogen we een voorstelling geven op het eindejaarsfeest van Freshfields, een advocatenkantoor. Tussen de kantoorpanden en trendy uitgaansgelegenheden is het toch nog lastig te vinden voor sommigen. Onderweg treffen we medezoekende koorleden. Gelukkig zijn we allemaal op tijd vertrokken en zijn we nog ruim op tijd voor misschien wel ons kortste optreden ooit. Men verlangt dit keer een feestje van ons. Van de setlijst worden de langzame en onbekende nummers geschrapt en blijven er nog zes over, waarbij we bij het eerste nummer moeten opkomen. 

Als we ons boven opstellen, hebben we mooi zicht op de zaal beneden. Die is prachtig versierd met als thema ‘Amsterdam 750’. Er is met decors een Amsterdamse sfeer gecreëerd en een rood stoffen plafond hult de zaal in een rood-roze gloed. Beneden zien we ons publiek in smoking en avondjurken: veelal jonge advocaten. 

Het is de bedoeling, dat we de bezoekers mee naar het podium lokken. Het mandje met shotjes, die sommige koorleden daarbij mogen uitdelen, zal daarbij zeker helpen. Het is dan wel geen ‘pikketanussie’ dat we uitdelen (al zingen we dat bij opkomst), maar de boodschap komt zo ook wel over. Om degenen met de mandjes meer tijd te geven om uit te delen, slingeren we ons in polonaise door het publiek. We worden gelijk al zeer enthousiast ontvangen: “Wat leuk!” klinkt het om ons heen. 

Langzaamaan druppelen we het podium op, waar André en Jai Jai (de drummer) al spelend op ons staan te wachten. We zingen achtereenvolgens: ‘Amsterdamse grachten’, ‘De Jordaanwals’, ‘Oh Johnny’, ‘Bloed zweet en tranen’ en ‘Geef mij maar Amsterdam’. Het is leuk te zien, dat het studentenleven dan ook nog goed in de herinnering ligt. Het wordt een feestje, met een behoorlijke polonaise tot besluit. Als we met het laatste nummer weer door de zaal naar de kleedkamer gaan, worden we aangesproken en ontvangen we complimenten. 

Zelfs in de kleedkamer zoekt men ons nog op om te bedanken en te peilen waar ze ons nog meer kunnen zien optreden. We maken gelijk even reclame voor de voorstellingen in de Rode Hoed, want maar vijf nummers kennen: daar moeten we wel wat aan gaan doen natuurlijk!