De Azijnfabriek

De Azijnfabriek

Wat hebben we ons verheugd op ons optreden in Den Bosch! In 2023 waren we al eens te gast in de Azijnfabriek en daar bewaren we warme herinneringen aan. Brabanders weten wat feesten is; we begrijpen elkaar en het voelt dan ook als thuiskomen. De voorpret begint al in de touringcar: Ineke B. heeft die ochtend zelfs nog verse boterkoek gebakken. Het voelt als een schoolreisje!
Wanneer er in de kleedkamer dan ook nog echte Bossche bollen op ons wachten, is er niet veel meer nodig om vol enthousiasme aan de voorstelling te beginnen. Dat enthousiasme is gelukkig wederzijds; we worden werkelijk omarmd. Vol verbazing merken we dat je geen Amsterdammer hoeft te zijn om ons repertoire te kennen. Twee heren op de tweede rij zingen werkelijk alles mee; ze zouden ons zo kunnen souffleren, mochten we de tekst kwijtraken (wat ons natuurlijk niet gebeurt!).
Bij Manuela moeten wij ons soms inhouden om niet de bekende koorpartijen van het origineel mee te zingen. We wisselen blikken van verstandhouding uit wanneer de zaal dat wel doet; heerlijk, dat maakte het plaatje compleet! Het publiek zingt zelfs zó enthousiast mee, dat André even corrigerend moet kijken wanneer ze bij De glimlach van een kind te vroeg met het “la-la-la” beginnen. Het is een groot compliment: blijkbaar was hij het verschil tussen het koor en het publiek ook even kwijt!

Na de pauze krijgen Piet en Rietje zelfs de bar stil. Bij de aankondiging van Witte rozen klinkt er een bewonderend “ooh” vanuit de zaal. Blijkbaar roept deze ouderwetse smartlap nog altijd veel emotie op. En als Piet vervolgens Liefde zingt, kun je alleen maar luisteren — zelfs met een drankje in de hand aan de bar.
Wanneer Ineke S. “ Zo tussen de mensen” van Wim Kersten inzet, is het ijs niet alleen gebroken, maar is er sprake van pure verbinding tussen Brabant en Amsterdam. Het is onbeschrijfelijk mooi. Zeker omdat we vernemen dat de familie van Wim Kersten ook in de zaal zit. Er ontstaat een feestje, en dat kunnen Amsterdammers en Brabanders als de beste. André was dan ook zo slim om de setlijst na de pauze om te gooien: spontaan besluiten we de Hazes-potpourri te doen. We willen uit volle borst samen met de zaal zingen!
Natuurlijk is het na “Het is de hoogste tijd” nog niet voorbij. Brabanders zingen net zo geloofwaardig “Geef mij maar Amsterdam” mee, zeker omdat wij afsluiten met een ode aan de stad: “Oeteldonk, ik wil je wel bekennen dat ik zoveel van je hou”. Onze Gijs heeft hiervoor speciaal de tekst van 2e couplet aangepast. 

Even dachten we dat onze banner van de Rode Hoed ook best mooi zou staan op de gevel van het Theater aan de Parade, maar nee: na vanmiddag willen we niets liever dan terugkomen in dit gezellige zaaltje van Podium Azijnfabriek.

Met moeite nemen we afscheid van onze vrienden in Brabant. Achterin de bus pakt André zijn accordeon weer op; onvermoeibaar speelt hij door met een grote lach op zijn gezicht. En wij? Wij zingen net zo onvermoeibaar mee van Den Bosch naar Amsterdam, dwars langs de file. Aan “we gaan nog niet naar huis” komen we niet meer toe omdat de bus Amstelveen al heeft bereikt waar onze auto’s staan. Er zijn dagen dat je alle ellende even vergeet en puur geluk ervaart. Vandaag was zo’n dag