Amsterdam Look-Out

Uitgelicht Look-Out 20260513

Voor ons optreden zoeken we het vandaag hogerop, echt hogerop! In het centrum van Amsterdam, pal tegenover het Centraal Station, is de toren van de A’DAM LOOKOUT niet te missen met zijn schommels hoog in de lucht. Dit jaar vieren ze hun 10-jarig bestaan en ter ere van deze gelegenheid mogen wij hier optreden.
Onze kleedkamer bevindt zich op de 9e etage en is bij deze genomineerd voor de titel ‘kleedkamer met het mooiste uitzicht’. Voor het optreden zelf moeten we echter nog hoger: naar de 20e verdieping. We stellen ons op voor het raam, met achter ons een adembenemend uitzicht over de stad. De grote verrassing is de glazen doorkijk koker, waar een paar dames van de tweede en derde rij zich pal boven moeten opstellen. Geen plek voor mensen met hoogtevrees, want deze glasplaat biedt een directe blik op de stoep, twintig verdiepingen onder ons! De dames zijn maar wat blij met hun lange rokken. Het zou een bijzonder gezicht zijn, als men zo onder die baaien rokken zou kunnen kijken. We staan er maar niet te veel bij stil: the show must go on. Het publiek kijkt ons verwachtingsvol aan en is al enthousiast, terwijl we nog maar net aan het inzingen zijn.
De bedoeling is dat we drie keer een half uur optreden met korte pauzes, maar logistiek blijkt dat idee al snel wat ambitieus. Vandaag bezoeken maar liefst 4.000 Amsterdammers de toren en die moeten allemaal gebruikmaken van de liften, waardoor er serieuze files ontstaan. Voor we beneden zijn om een drankje te nuttigen is onze pauze alweer om, zelfs als we voorrang krijgen bij de lift. Spontaan besloten we dan ook om de tweede en derde set achter elkaar door te zingen.
Boven ons zien we eenzelfde glazen doorkijkje. De mensen die daar lopen hebben een perfect zicht op ons koor, terwijl ze de diepte proberen te ervaren. Één kind besluit er zelfs eens lekker voor te gaan liggen. Publiek, letterlijk boven ons hoofd.

Onder de grote schare Amsterdammers die het jubileum van de toren mee komen vieren, bevindt zich ook Beppie Oenen. Na vijf voorstellingen in de Rode Hoed te hebben bijgewoond, is ze er ook nu weer bij. Ze zit vooraan en zingt alles mee. Maar ook toeristen blijven staan en je ziet ze denken “Waar zijn we in beland?”. Het doet Ineke besluiten om een korte uitleg in het Engels te geven. 

Soms is het bijna te verleidelijk om ons om te draaien, wat natuurlijk niet de bedoeling is, want hoe mooi is het om over Amsterdam te zingen met de stad aan je voeten? Het waanzinnige uitzicht over de grachten, het IJ en de Westertoren… een mooiere plek voor een optreden is er bijna niet. En het publiek was nog nooit zo divers. Kinderen, ouderen, rasechte Amsterdammers en toeristen. Wanneer een moslima met een vriendin begint te walsen, terwijl Rietje “Oh, Johnny” zingt, hebben we een bijzondere mijlpaal bereikt. Hoog boven Amsterdam ervaren we hoe de stad ons verbindt. Natuurlijk gaat Beppie voorop in de polonaise als we afsluiten met “Geef mij maar Amsterdam”.

Tijd om weer te landen. Twintig etages naar beneden en voldaan naar huis!

De Werf

De Werf 20260503

Natúúrlijk zitten we allemaal op het Zwanenkoor omdat we zo van zingen houden. En natuurlijk doen we enorm ons best om dat zo mooi mogelijk te doen. Er is niets zo heerlijk als een optreden, waarin zowel de liedjes als het koor helemaal tot hun recht komen.
Nou, bijna niets zo heerlijk…
Deze zondag zingen we bij ‘De Werf’, een woongemeenschap voor kwetsbare mensen in Noord, die ook voor niet-bewoners een zondagmiddagsoos organiseert.

We zijn er inmiddels al een aantal keren geweest en dat heeft zijn voordelen. Zo weten wij, dat de ruimte om ons om te kleden behoorlijk aan de kleine kant is, maar dat dat helemaal goedgemaakt wordt door de heerlijke frites en andere snacks, waarmee we in de pauze verwend worden.
Het publiek weet wat er gaat komen en dat is ook fijn. Sommigen hebben zich prachtig aangekleed en overal zien we gezichten vol vrolijke verwachting.

Maar net als overal is ook hier ieder optreden anders en dit blijkt een middag te worden met een bijzondere chemie tussen ons en het publiek. Om te beginnen hebben we een presentator, die een geweldige sfeer weet te maken. Hij kletst er gezellig op los en betrekt iedereen, die dat wil, bij het programma. Of ze het een goed idee vinden om nóg zo’n mooi liedje over Amsterdam te horen? Ja hè? Nou daar gaan we dan!  Vanaf de eerste aankondiging neemt hij het publiek helemaal mee. En dat publiek geniet! Er wordt meegezongen, gelachen en gedanst. Het plezier spat ervan af.
Het wordt natuurlijk een beetje een chaos, vooral na de uitnodiging om erbij te komen op het podium, iets waar een flink aantal enthousiast op in gaat. Maar dan zie je dat er toch heel wat rasartiesten onder de solisten zitten. Solo’s worden duetten, er wordt arm in arm gezongen, teksten worden aangepast en als je niet meer bij het midden van het podium kan komen voor je solo, zing je die gewoon gezellig vanaf de zijkant. Wij genieten minstens zoveel als het publiek.

En in de pauze is daar dan ook nog die perfecte patat…

Al blijkt die in combinatie met een volle kleedkamer iets minder perfect. Er kiepert een blad vol bakjes over een koorlid heen. Maar als ze na de eerste schrik opgelucht “Aan mijn lijf geen mayonaise!” roep, zorgt dat alleen maar voor nog meer vrolijkheid.

We hebben vast mooi gezongen, maar eerlijk gezegd hebben we daar niet zo goed op gelet, deze zondagmiddagmiddag bij De Werf. Want héél soms is dat zelfs voor het Zwanenkoor niet het allerbelangrijkste.

Klik op de foto om hem te vergroten.

Ottho Heldringh

UItgelicht Ottho Heldringh 20260419

We zijn onderhand wel heel wat gewend als het gaat om kleedkamers, maar toch blijft het bijzonder. In dit verzorgingstehuis mogen we ons omkleden in de fitnesszaal. Moesten we de vorige keer nog plaatsnemen op de hometrainers, dit keer lukt het ons om hier en daar genoeg stoelen bij elkaar te sprokkelen. 
Wat publiek betreft vallen we van het ene uiterste in het andere. Waren we vorige week nog bij de feestvierende Brabanders, nu treffen we bewoners die veel zorg vragen. Hier moeten we de reacties opmerken in de kleine details. Een paar mee tikkende voeten of een moeizaam gegeven applaus.
Alleen een vrij jonge dame in een vrolijk gekleurde blouse valt direct op. Vanaf het eerste nummer zingt ze enthousiast mee en toont daarbij ongeremd haar emoties. Vrolijk meeklappend bij de gezellige nummers, maar diep geëmotioneerd bij de gevoelige liedjes. Als Gijs “Bruine ogen huilen niet” zingt, verraadt ze de kleur van haar ogen niet. Met haar handen voor haar gezicht lopen de tranen over haar wangen. Toch zegt ook de gelukzalige lach van een bewoner rechts achterin genoeg. Het is vooral de ademloze aandacht die ons bevestigt, dat er ook in stilte volop wordt genoten van ons optreden.

Na de pauze zien we hoe een dame op zeer hoge leeftijd liefdevol wat te drinken krijgt via een rietje van het bezoek dat bij haar is. Het is precies op het moment dat Elly “Moeder, hoe kan ik je danken” zingt. Een zuivere vorm van liefde die hier, op dit moment, misschien wel wordt teruggegeven. Bij de “Ja zuster, nee zuster-potpourri” zien we even verderop een man in een rolstoel stralend meezingen met “Mijn opa.”

En dan zijn we alweer aan het eind. De dames uit het koor krijgen van de vrouw in de gekleurde blouse allemaal een roosje cadeau. Nico, ons eigen koorlid, krijgt alle roosjes die overblijven. Hij is vandaag precies 58 jaar getrouwd! Het blijkt maar weer hoe betrokken onze koorleden zijn, dat hij er vandaag voor koos om toch bij dit optreden te zijn. Wie weet kan hij het met dat mooie bosje rozen thuis nog een beetje goedmaken!

De Azijnfabriek

De Azijnfabriek

Wat hebben we ons verheugd op ons optreden in Den Bosch! In 2023 waren we al eens te gast in de Azijnfabriek en daar bewaren we warme herinneringen aan. Brabanders weten wat feesten is; we begrijpen elkaar en het voelt dan ook als thuiskomen. De voorpret begint al in de touringcar: Ineke B. heeft die ochtend zelfs nog verse boterkoek gebakken. Het voelt als een schoolreisje!
Wanneer er in de kleedkamer dan ook nog echte Bossche bollen op ons wachten, is er niet veel meer nodig om vol enthousiasme aan de voorstelling te beginnen. Dat enthousiasme is gelukkig wederzijds; we worden werkelijk omarmd. Vol verbazing merken we dat je geen Amsterdammer hoeft te zijn om ons repertoire te kennen. Twee heren op de tweede rij zingen werkelijk alles mee; ze zouden ons zo kunnen souffleren, mochten we de tekst kwijtraken (wat ons natuurlijk niet gebeurt!).
Bij Manuela moeten wij ons soms inhouden om niet de bekende koorpartijen van het origineel mee te zingen. We wisselen blikken van verstandhouding uit wanneer de zaal dat wel doet; heerlijk, dat maakte het plaatje compleet! Het publiek zingt zelfs zó enthousiast mee, dat André even corrigerend moet kijken wanneer ze bij De glimlach van een kind te vroeg met het “la-la-la” beginnen. Het is een groot compliment: blijkbaar was hij het verschil tussen het koor en het publiek ook even kwijt!

Na de pauze krijgen Piet en Rietje zelfs de bar stil. Bij de aankondiging van Witte rozen klinkt er een bewonderend “ooh” vanuit de zaal. Blijkbaar roept deze ouderwetse smartlap nog altijd veel emotie op. En als Piet vervolgens Liefde zingt, kun je alleen maar luisteren — zelfs met een drankje in de hand aan de bar.
Wanneer Ineke S. “ Zo tussen de mensen” van Wim Kersten inzet, is het ijs niet alleen gebroken, maar is er sprake van pure verbinding tussen Brabant en Amsterdam. Het is onbeschrijfelijk mooi. Zeker omdat we vernemen dat de familie van Wim Kersten ook in de zaal zit. Er ontstaat een feestje, en dat kunnen Amsterdammers en Brabanders als de beste. André was dan ook zo slim om de setlijst na de pauze om te gooien: spontaan besluiten we de Hazes-potpourri te doen. We willen uit volle borst samen met de zaal zingen!
Natuurlijk is het na “Het is de hoogste tijd” nog niet voorbij. Brabanders zingen net zo geloofwaardig “Geef mij maar Amsterdam” mee, zeker omdat wij afsluiten met een ode aan de stad: “Oeteldonk, ik wil je wel bekennen dat ik zoveel van je hou”. Onze Gijs heeft hiervoor speciaal de tekst van 2e couplet aangepast. 

Even dachten we dat onze banner van de Rode Hoed ook best mooi zou staan op de gevel van het Theater aan de Parade, maar nee: na vanmiddag willen we niets liever dan terugkomen in dit gezellige zaaltje van Podium Azijnfabriek.

Met moeite nemen we afscheid van onze vrienden in Brabant. Achterin de bus pakt André zijn accordeon weer op; onvermoeibaar speelt hij door met een grote lach op zijn gezicht. En wij? Wij zingen net zo onvermoeibaar mee van Den Bosch naar Amsterdam, dwars langs de file. Aan “we gaan nog niet naar huis” komen we niet meer toe omdat de bus Amstelveen al heeft bereikt waar onze auto’s staan. Er zijn dagen dat je alle ellende even vergeet en puur geluk ervaart. Vandaag was zo’n dag

Reinaldahuis

Uitgelicht Reinaldahuis 20260215
Uitgelicht Reinaldahuis 20260215

Nog twee weken en dan beginnen we weer met onze voorstellingen in de Rode Hoed, maar niet voordat we een soort generale repetitie houden in het Reinaldahuis in Haarlem. De bewoners krijgen als eersten een voorproefje van het programma van 2026 te horen. Voor ons is dat dus ook best spannend!
De zaal zit behoorlijk vol. Zo vol zelfs, dat het “vechten” is om wat extra stoelen. Gelukkig mogen ze er een paar lenen uit onze kleedkamer, want ze zijn hard nodig voor het publiek dat in groten getale aanwezig is. We stellen ons op voor de befaamde calorieëntrap. Zo grappig dat men hier per traptrede vermeldt hoeveel calorieën je verbrandt. Wij blijven er echter maar lekker vóór staan en we zien direct waarom deze zaal zo geschikt is voor een generale. De balkons hoog boven ons doen een beetje denken aan de sfeer in de Rode Hoed. Daar hebben een paar bewoners in een rolstoel een mooi plekje bemachtigd en ook voorbijgangers blijven even staan om te genieten of opnames te maken.
In de zaal treffen we vandaag een vooral luisterend en ingetogen genietend publiek. Hoewel de vrijwilligers en verzorgenden hun best doen om de mensen enthousiast mee te laten klappen of mee te krijgen in een polonaise aan het eind van de eerste set, blijft die dit keer beperkt tot twee personen. Het applaus na afloop verraadt echter, dat er niet minder genoten is.

Na de pauze gaan we door met de tweede set. We brengen mooie, soms wat weemoedige nummers. Terwijl men in de zaal aandachtig en ontroerd luistert, verbreekt alleen het geluid vanuit de keuken even de stilte. Als we samen met Piet “Liefde” zingen, merken we opnieuw hoeveel indruk dit lied maakt. Er volgt een daverend applaus. Uiteindelijk sluiten we feestelijk af met de “Ja zuster, nee zuster” potpourri en “Geef mij maar Amsterdam”. Dit keer ontstaat er wél een serieuze polonaise!

Voldaan stappen we vanuit de warmte weer de kou in, op weg naar huis. Precies op tijd om de eerste voorspelde sneeuw van vandaag te zien vallen.